Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Kinderen en de natuur
>Met groen leef je langer
Alle artikelen


Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen

door René de Vos

Het ecosysteem van de Waddenzee is ernstig aangetast door jarenlange verstoring en zelfs vernietiging van het bodemleven. De mechanische kokkelvisserij is inmiddels verboden, maar zelfherstel van het ecosysteem zal heel moeizaam verlopen. Daarom moet het wad nu met rust worden gelaten. Tot die conclusie komt het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. In een recent rapport wordt ook voorgesteld om zeven typische vogels van het wad ‘integratief’ te monitoren.

Er is maar één reden waarom de Afsluitdijk te vergoelijken valt; het is de kortste verbinding tussen Groningen en Texel. Zo denkt Theunis Piersma, professor in de dierecologie, er over. Nou ja; er is misschien nog een tweede reden; rijden over de Afsluitdijk is een unieke sensatie, vooral van Den Oever naar Zurich. Maar voor de rest... met het afsluiten van de Zuiderzee is de aftakeling van de Waddenzee begonnen. Piersma kan het je haarfijn uitleggen.
Mensen even niet meegerekend is de Waddenzee Piersma’s grote liefde, altijd al geweest ook. Voor de Friese dierecoloog is het waddengebied wat de hof van Eden voor Adam was. Ooit een paradijs. Maar Nederlanders hebben landhonger, willen vissen en exporteren, móeten in die gasbel prikken. “We hadden met onze poten van de Waddenzee af moeten blijven,” vindt Piersma. Economisch gewin ging te vaak vóór behoud van de biodiversiteit; schelpdieren, vogels, zeezoogdieren en onnoemelijk veel andere fauna- en flora-verschijningen. Maar ook Piersma is niet zo Rooms als de paus; zonder die Afsluitdijk – het begin van het verval – kan hij niet én in Groningen colleges geven én op Texel, bij het NIOZ, onderzoek doen. Als er geen Afsluitdijk was zou hij bovendien de sensatie moeten missen van de rit Den Oever – Zurich.

De nood waarin het waddengebied verkeert
Vanuit het Friese IJsselmeergehucht Gaast kijk je over het water recht op die Afsluitdijk; hij vormt de horizon. Sinds twee jaar is Gaast de woonplaats van Theunis Piersma. Heel praktisch: halverwege de route Groningen-Texel die hij beroepshalve zo vaak moet afleggen. Maar Gaast is ook ‘het centrum van het opwindendste vogelgebied van Nederland’. Piersma moet tussen vogels zijn. In het dorp zien ze hem zelden lopen zonder een telescoop met statief op zijn schouder.
Om zijn kennis van vogels en van hun verbondenheid met ons waddengebied is Piersma door Vogelbescherming Nederland gevraagd een rapportage te maken. Vogelbescherming wilde weten hoe het nu precies staat met de typische vogels van het wad en wat het waddengebied onmisbaar maakt voor vele miljoenen trekvogels. Het rapport is een ‘state-of-the-art’ – een actueel overzicht – van de nood waarin het gebied verkeert. De uitkomsten en aanbevelingen worden door Vogelbescherming gebruikt om een duidelijk standpunt over de bescherming van de Waddenzee in te nemen.
Voor de drie auteurs van het rapport was het niet moeilijk om helder te zijn in hun conclusie: sinds een kleine vijftien jaar gaat het slecht met schelpdieretende vogels en goed met wormenetende vogels in het waddengebied. De grootschalige schelpdiervisserij heeft enorme schade aangericht aan het ecosysteem van de wadbodem. Natuurlijk herstel gaat waarschijnlijk wel een halve eeuw duren en dat zou een reden kunnen zijn om het herstelproces een handje helpen. En als we écht de vinger aan de pols van het wadden-ecosysteem willen leggen, dan moeten we zeven typische wadvogels langdurig en intensief bestuderen.

Wetenschap won het van kokkelvissers

Piersma en de zijnen waarschuwden in 1992 al voor een dramatisch effect van de mechanische kokkelvisserij. “Je kon er op wachten; op verschillende plaatsen in de wereld zijn de droeve voorbeelden te zien.” Hij slaat het NIOZ-rapport open en wijst op een grafiek op pagina 88. “Hier zie je de aantalsontwikkelingen van zowel wormetende wadvogels als schelpdieretende wadvogels. Tussen 1978 en 1992 vertonen die lijnen vrijwel dezelfde pieken en dalen. Maar in 1992 beginnen ze abrupt uit elkaar te lopen. De wormeneters-lijn stijgt en de schelpdiereters-lijn daalt. Met dit grafiekje is achteraf heel simpel aangetoond hoezeer we het gelijk aan onze kant hadden.”
Maar in de jaren negentig waren Piersma en geestverwanten roependen in de woestijn. Natuurbeschermende organisaties moesten nog van de ernst van de dreiging worden doordrongen en zaten zeker niet allemaal op één lijn, er verschenen talloze rapporten die elkaar veelal tegenspraken en de kokkelvissers kregen elk jaar weer vergunningen. Piersma: “Ik ben vaak voor een doordravende natuurbeschermer versleten, maar ik was er helemaal op uit die rol te spelen. Ik wilde fundamenteel wetenschappelijk onderzoek doen in de unieke natuur van de Waddenzee. Mijn collega’s en ik hebben veel processen gezien en vastgelegd. We lazen natuurlijk ook de literatuur van andere onderzoekers. Zo zijn we doordrongen geraakt van de onafwendbaarheid van grote ecologische schade bij het voortdurend mechanisch beschadigen van de rijkste plekken van de zeebodem.” Meten is weten luidt het bekende adagium. Meten levert harde cijfers op en harde cijfers zijn goed voor harde argumenten. “De fundamentele wetenschap heeft uiteindelijk het materiaal aangedragen en zelfs het politieke zetje gegeven om de kokkelvissers definitief van het wad te weren.”

Wormen nemen het over van schelpdieren
Zijn puur wetenschappelijke instelling ten spijt is Piersma tóch een beschermer geworden. Uit een soort eigenbelang. Hij zag zijn onderzoeksgebied in een ongekend tempo naar de knoppen gaan en dat was natuurlijk volstrekt onacceptabel. “Toen we in 1988 met het onderzoek op het wad bij Griend begonnen zaten er daar 200 nonnetjes per vierkante meter; nu zijn dat er nog maar twee! Mét het verdwijnen van 98% van de nonnetjes verdween natuurlijk ook een enthousiaste nonneneter, de kanoet.” Dat deed pijn, want de kanoet is ‘zijn’ onderzoeksvogel. “Dan kom je met een expeditie in de Bering Zee, daar zit het wad vol nonnetjes, en kanoeten kunnen zich er in korte tijd vet vreten. Daar wordt een mens vrolijk van, hoor.”
Zulke ervaringen zijn aanwijzingen temeer; in overmatige schelpdiervisserij ligt de oorzaak van de achteruitgang van een groot aantal wadvogelsoorten. Volgens het NIOZ-rapport lopen de aantallen voor 15 van de 34 bestudeerde soorten terug. Van enkele soorten zelfs dramatisch; zwarte zee-eend, scholekster, eidereend, zilvermeeuw, kanoet en toppereend. Dat zijn schelpdiereters. De rosse grutto en de bonte strandloper daarentegen doen het juist meer dan gemiddeld goed. Zij eten wormen. Alles wijst erop dat wormen letterlijk de plaats hebben ingenomen van weggeviste schelpdieren, met name kokkels. In het Duitse deel van de Waddenzee, waar het probleem van kokkelvissers niet bestaat, zijn rosse grutto en bonte strandloper níet in aantal toegenomen.

De Waddenzee heeft een unieke functie

Het is altijd gebeurd, het gebeurt nog steeds en we hoeven het niet per se tegennatuurlijk of tragisch te vinden; diersoorten die erin slagen andere weg te drukken, of die de plaats innemen van een kwijnende soort. Maar voor de Waddenzee is het toch echt een ander verhaal. Het NIOZ-rapport kreeg heel bewust de titel ‘De Waddenzee als kruispunt van vogeltrekwegen’. Steltlopers en ganzen die op Groenland, in Noord-Canada of Siberië broeden, brengen de winter in ons waddengebied door. Andere vogels, zoals lepelaars en rosse grutto’s, toeven ’s zomers op het wad en ’s winters aan de Afrikaanse westkust. Eigenlijk is onze Waddenzee niet zozeer een kruispunt, maar een ‘hub’ zoals dat in de luchtvaart heet. Voor de meeste van de twaalf miljoen trekvogels die van het wad gebruik maken is het een station van aankomst of vertrek en voor een kleiner deel is het een belangrijk tussenstation op de noord-zuid-trekroute.
Maar kruispunt of hub; de Waddenzee is een unieke en volstrekt onmisbare schakel in het trekpatroon van die miljoenen vogels. Hier moeten ze de energie opdoen om de lange reis te kunnen maken. Die energie komt uit schelpdieren, uit wormen, uit vis en garnalen, maar óók uit het korte gras van de kwelders.
Als het slecht gaat met bepaalde traditionele wadvogelsoorten, dan kan in principe de oorzaak overal in die lange noord-zuidketen van opvetgebieden liggen. Maar het overzicht dat dit NIOZ-rapport geeft maakt de conclusie onvermijdelijk; juist in ons waddengebied is een groot aantal trekvogels in de problemen geraakt. Dat heeft alles te maken met de enorme, geforceerde veranderingen die de Waddenzee in de laatste decennia heeft ondergaan.
Piersma: “De verwoestingen die hier zijn aangericht zijn dubbel triest omdat onze Waddenzee op wereldschaal echt een volstrekt uniek getijdengebied is. Ik heb veel gereisd en veel gezien, maar deze klasse vind je nergens. De schaal is ongekend – van Denemarken tot en met Nederland – landschappelijk wordt het niet geëvenaard, de vogelrijkdom is van topklasse en hetzelfde geldt – nee, het góld – voor de rijkdom van het bodemleven.”

De noodzaak van robuuste structuren

De bodemverwoestende kokkelvisserij is sinds 2005 verboden. Maar daarmee is de schade niet ongedaan gemaakt. Piersma: “Het blijkt héél lang te kunnen duren voor een ecosysteem zichzelf herstelt. Ik ben dan ook bang dat ik het niet meer zal meemaken. Maar we kunnen waarschijnlijk wel een handje helpen. Bijvoorbeeld door op kritische plaatsen nieuwe mosselbanken en zeegrasvelden te creëren. Goeie kans dat we zo de oude natuurlijke processen sneller terughalen.”
De befaamde zeegrasvelden in het noordwestelijk deel van de Waddenzee verdwenen vrij kort na de aanleg van de Afsluitdijk. Veel oude mosselbanken zijn weggeschraapt of vernield door de schelpdiervisserij. Uit het NIOZ-rapport blijkt hoe belangrijk zulke structuren zijn voor de scheppende dynamiek in dit landschap van platen, geulen en watervlakten. Maar ze zijn ook rijke kraamkamers van ander leven; gast-scheldieren, garnalen, krabjes en kleine vis. En daar moeten veel van de twaalf miljoen pleisterende vogels het van hebben.
Het kan tientallen jaren duren voordat een nieuwe mosselbank zich goed en wel heeft gevestigd en zich heeft ontwikkeld tot een stabiele structuur met een regulerende invloed op de omgeving. Een paar hectare kunstmatige zeegrasveldjes doet het momenteel redelijk, maar die veldjes moeten fors worden opgeschaald voordat ze een merkbare bijdrage aan het ecosysteem leveren en ook sterk genoeg zijn om zichzelf in stand te houden.
Alle aanbevelingen in het NIOZ-rapport komen dan ook eigenlijk op een en hetzelfde recept neer: laat het wad voortaan met rust. Dan kan – misschien met een beetje hulp van onze kant – het bodemleven zich op de lange duur herstellen, komt hopelijk de platvis ook terug en blijft de wadvogelstand zo verscheiden als zij tien jaar geleden nog was.

Pleidooi voor integratieve monitoring

En terwijl we de boel zoveel mogelijk met rust laten moeten we méten. Want we moeten nog zoveel meer wéten. Piersma: “Tachtig procent van wat we over de Waddenzee weten komt uit zogenaamde grijze literatuur; niet strikt wetenschappelijk. Je kunt er veel van leren, maar de bewijsvoering is niet goed getoetst en zelden waterdicht. Als we de politiek en de beheerders willen adviseren over de juiste maatregelen, dan moeten we harde argumenten hebben. Die verzamel je met wetenschappelijk onderzoek dat netjes wordt gepubliceerd.”
De auteurs van het NIOZ-rapport doen voor zulk onderzoek een heel concreet voorstel. Ze willen zeven typische soorten wadvogel intensief en langdurig volgen. Elke soort is op een eigen manier afhankelijk van het wad. Als het met één van die soorten beter of slechter gaat, dan is het aantal mogelijke oorzaken dus heel beperkt. Door slim combineren van data kan de wetenschapper zelfs vaststellen of een oorzaak bínnen of búiten de Waddenzee speelt.
Piersma noemt het integratieve monitoring. Integratief is een niet-bestaand woord; je vindt het zelfs niet in een Engels woordenboek. “Dat klopt,” grijnst Piersma. “Het is een nieuw Nederlands woord voor een nieuw concept. Je zou moeten letten op aantalsontwikkelingen, overleving en reproductie, dieetkeus en verspreiding.” Omdat elk van de soorten zijn typische voorkeuren heeft leveren kruisvergelijkingen ook een boel informatie op. Integratief betekent dus kennelijk: uit een samenhangende serie deelconclusies de grote gevolgtrekkingen bouwen. Als het goed, en vooral gedurende lange tijd, wordt uitgevoerd zit je echt met je neus bovenop de ontwikkelingen van het waddengebied. Piersma: “En de vogels zijn dan de maat van de kwaliteit van het systeem.”
Jeroen Reneerkens schreef het leeuwendeel van het NIOZ-rapport, met bijdragen van Bernard Spaans en Theunis Piersma die ook de supervisie had. Alledrie de wetenschappers duiken veelvuldig op in de literatuurlijst. Verwijzen ze naar eigen kennis? “Het is nu eenmaal zo dat Nederlandse wetenschappers driekwart van het waddenonderzoek hebben gedaan.” Dan heeft Piersma dus zelf weinig geleerd van deze rapportage? “Nou... we kwamen toch nog wel voor verrassingen te staan als we dingen bij elkaar zetten. Zo leerden we bijvoorbeeld dat de middelste zaagbek momenteel niet meer voorkomt in het gebied boven de Afsluitdijk. Die cijfers waren er wel, maar de onthutsende conclusie is nooit getrokken.”

Vogelbescherming wil vogels laten ‘meepraten’
Vogelbescherming Nederland heeft het NIOZ-rapport met instemming ontvangen. De organisatie is enthousiast over de suggestie van de auteurs om de wadvogels zelf te laten ‘meebeslissen’ in maatregelen voor het waddengebied. Daarvoor zijn zeven ‘indicatorsoorten’ voorgesteld: lepelaar, eidereend, scholekster, grote stern, kanoet, rosse grutto en rotgans. Ze kunnen heel snel veranderingen in het ecosysteem verklikken omdat die hun gedrag en ontwikkeling direct beïnvloeden.
De details van het Waddenzee-beleid dat Vogelbescherming wil uitdragen worden in de komende weken bepaald. Een pleidooi voor grote rustgebieden en consequent onderzoek zal er zeker centraal in staan.

(Bron: Vogelnieuws)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats