Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Kinderen en de natuur
Alle artikelen


Trekvogels in Groningen

Met honderdduizenden vliegen ze deze herfst naar het zuiden: de trekvogels die vanuit hun koude broedgebied op weg zijn naar warmere streken. In het vroege voorjaar begint weer de reis terug. Talloze raadsels over de vogeltrek zijn onopgelost. Wetenschappers houden de vogels dan ook nauwlettend in de gaten. Hier in Groningen, onderweg en waar ze na hun lange reis neerstrijken.

De Eemshaven is een eersteklas trektelpunt. Op topdagen vliegen tienduizend trekvogels per uur voorbij. In de herfst zuidwaarts naar hun overwintersgebieden, in de lente weer terug om te broeden. Trekteller van het eerste uur is vogelaar Henk Koffijberg. Sinds de beginjaren tachtig is hij geregeld bij de Eemscentrale te vinden. 'Meer dan duizend uur hebben we de afgelopen lente geteld, met een man of zes. De plek is perfect, zo bovenop de dijk. Je hebt een goed overzicht over de zee en het binnenland.' Komt de wind uit het oosten, dan staan de vogelaars extra op scherp. De trekvogels worden dan in hoog tempo langs de Eemshaven 'gestuwd'. 'Het werkt als een soort trechter', legt Koffijberg uit. 'Alle vogels die over land komen aanvliegen, willen via dit noordelijke punt van Nederland oversteken naar Duitsland. De Eemshaven is echt één van de beste plaatsen in Nederland om trekvogels te zien.'

Graspiepers

De vogelaars wisselen elkaar af. Eén kijkt over zee, één over land en één noteert. 'Soms zie je als schrijver geen enkele vogel. Daar heb je geen tijd voor, zo snel gaat het.' Welke vogels voorbij vliegen varieert per maand. In het begin van het voorjaar trekken veel ganzen en zwanen naar het noorden, in april wordt het aandeel zangvogels groter en in mei komen de grote gele kwikstaarten en natuurlijk de zwaluwen. Opvallend aan afgelopen voorjaar waren de graspiepers. In plaats van de gangbare zestigduizend, telden de trektellers er een paar honderdduizend. Voor de top-3 zet Koffijberg deze soort dan ook op de eerste plaats. Op twee staat de brandgans met tachtigduizend stuks. 'Deze soort is enorm toegenomen. Twintig jaar geleden kwam de teller niet boven de tien- a vijftienduizend.' Voor de derde plaats eindigen de kievit en de boerenzwaluw ex aequo, beide tussen de dertig- en veertigduizend.

Zeldzaamheden

De voorjaarstrek verloopt anders dan de najaarstrek. Niet alleen vliegen de vogels de andere kant op, ook het tempo verschilt. 'In het voorjaar vliegen ze vrij gehaast. Ze moeten gaan broeden, en zo snel mogelijk een territorium bemachtigen. In het najaar gaat alles wat rustiger, en blijven ze langer hangen. Dan heb je in de Eemshaven ook geen gestuwde trek.'
Voor mensen die de najaarstrek willen bewonderen, raadt Koffijberg de maand oktober aan. 'Ga ergens langs de noordkust op de dijk staan. Dan sta je hoog, en zie je de ganzen vanuit het noorden aan komen vliegen. Gemakkelijk is trektellen overigens niet. Je moet de vogels in een oogopslag kunnen herkennen. In een flits zijn ze voorbij.' Wat er deze herfst allemaal voor zeldzaamheden tussenvliegt, en of er invasies op komst zijn, kan Koffijberg niet voorspellen. 'Dat is ook het leuke van trektellen. Elke dag is het weer een verrassing.'

Mistnetten

Vlakbij Koffijbergs telpost wapperen de mistnetten van ringer Lex Tervelde. De ragfijne netten staan over een lengte van honderdvijftig meter verdekt opgesteld tussen het opschietend struikgewas. Tervelde vangt er zangvogels mee, vooral tijdens de voorjaarstrek, want ook hij maakt dankbaar gebruik van de stuwing. 'Vooral na een paar dagen slecht weer miegelt het er van de trekvogels, die wachten om over te steken. Heggemussen, tuinfluiters, bonte vliegenvangers: het hele scala vloog afgelopen voorjaar in mijn netten. In maart heb ik zelfs meer dan honderd roodborsten gevangen op één ochtend. Ik haal ze eruit, zodat ik de vogels kan ringen, wegen, en meten. Daarna laat ik ze weer los. Alle gegevens stuur ik naar het vogeltrekstation in Heteren waar ze in de databank worden opgeslagen.’
In de herfst vangt Tervelde vooral lijsterachtigen, zoals kramsvogels, merels en zanglijsters. Dan zijn de duindoornbessen rijp, waarop ze in grote getale neerstrijken. Geweldig werk, vindt Tervelde het ringen, vooral als hij later weer iets terughoort van de vogels. Stapels terugmeldingen heeft hij inmiddels. Hij noemt er enkele: 'Neem een tjiftjaf, door mij geringd en later gezien in Marokko. Of een fitis gevangen aan de kust bij Barcelona. Als je nagaat dat zo’n vogel maar acht gram weegt, dan is dat een enorme afstand. Ik ring ook broedvogels, die later in het jaar naar Afrika trekken. Een jaar erop tref ik ze weer, exact bij hetzelfde bosje. Dat is het fascinerende aan die vogeltrek.'

Grauwe kiekendief

Een trekvogel waar we in Groningen trots op mogen zijn is de grauwe kiekendief. Met zo'n 25 paar broedt bijna de gehele Nederlandse populatie in het Groningse Oldambt. ‘Het gaat goed met deze vogel’, vertelt Ben Koks van SOVON Vogelonderzoek Nederland. Hij schakelt boeren in voor de bescherming. 'Nestbescherming is absoluut noodzakelijk. Zonder bescherming gaan niet alleen de eieren verloren, maar bestaat ook de kans dat het broedende wijfje door de maaibalk wordt gegrepen.' Vroeger ging men ervan uit dat de grauwe kiekendief in de Afrikaanse landen in de buurt van de Niger overwinterde. Door teruggemelde ringcodes kon Koks de ware trekroute uittekenen. 'Het blijkt dat de vogels niet rechtstreeks op en neer vliegen naar Afrika, maar een rondje maken. In december zitten ze in Mauritanië, in januari in Senegal, dan vliegen ze door naar Tsjaad en komen uiteindelijk via Italië weer terug in Nederland. De trekroute blijkt samen te hangen met de aanwezigheid van hun voedsel: treksprinkhanen.'

Spitsbergen

Niet alleen hier in Groningen, ook in het noorden, waar de vogels na een lange reis landen, zijn onderzoekers aan de slag. Eén van hen is de Groningse bioloog Richard Ubels. Hij is net terug uit Spitsbergen, waar hij drie maanden naar grazende brandganzen heeft getuurd. Zoals Koffijberg al opmerkte: het gaat goed met de brandgans. 'Eigenlijk neemt in heel Europa het aantal ganzen enorm toe', vertelt Ubels. 'Maar met bijna 300.000 brandganzen is vooral ons land populair. Het ligt dan ook vol met mooie voedselrijke weilanden. Bovendien is de jacht afgenomen.' Ook in de toendra's van Spitsbergen, waar ze 's zomers broeden en eten, neemt het aantal ganzen toe. Men is benauwd dat daar hetzelfde gebeurt als in Noord-Canada. 'In Canada zijn grote delen van de toendra kaalgegeten door sneeuwganzen. In Spitsbergen onderzoeken we de gevolgen van de overbegrazing.' Ubels vermoedt dat de schade meevalt. 'Sneeuwganzen graven naar wortels en woelen de grond om. Brandganzen grazen alleen, en laten de bodem verder met rust. Wel kunnen ze de samenstelling van de vegetatie beïnvloeden.'
Zijn onderzoeksteam bestaat onder meer uit veertien piepjonge brandganzen, geboren in Groningen. Ubels zorgde ervoor dat hij erbij was toen ze uit het ei kropen. Inprenten heet dat, zodat de ganzen hem zien als hun 'moeder'. 'Ze lopen me overal achterna, wat handig is voor het begrazingsonderzoek. In Spitsbergen laat ik mijn ganzen grazen op verschillende proefvlakken. De komende maanden werk ik de resultaten uit, waarna ik weer richting het noorden vertrek voor nader onderzoek.'

Ontberingen

Spitsbergen ligt ver boven de poolcirkel, zo'n duizend kilometer ten noorden van Noorwegen. Het is er koud, winderig en af en toe lopen er ijsberen rond. Toch vallen de ontberingen volgens Ubels reuze mee. Dat was wel anders toen hij in de Noord-Russische toendra zat, vlakbij Nova Zembla, waar het overgrote deel van de Nederlandse brandganzen broedt. 'Met een helikopter werden we in de Pechora-delta gedropt en maanden later weer opgehaald. In de tussentijd zagen we niemand, het meest dichtbijgelegen dorp lag honderdveertig kilometer varen verderop. We werkten hard, soms 24 uur per dag, want echt donker werd het toch niet.' Niet de brandganzen, maar de kleine zwanen kregen daar zijn aandacht. Vooral hun keutels, die Ubels geduldig uitploos om te bepalen welke planten ze eten. Het dieet bleek vooral te bestaan uit zeggesoorten. Sommige kleine zwanen kende hij nog van thuis. 'Zwanen die ik in Groningen had geringd, zaten daar op hun nest te broeden. Die zwanen hadden in de tussentijd vierduizend kilometer afgelegd. Eind februari vertrekken ze uit Groningen, eind mei landen ze in de toendra. Een tocht van drie maanden, met stops in onder meer Noord-Duitsland en Estland. In het begin van de herfst, als het daar echt steenkoud wordt, vliegen ze weer terug. Terug in Groningen storten ze zich eerst op de fonteinkruiden, daarna op de suikerbieten.’


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats