Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Kinderen en de natuur
>Met groen leef je langer
Alle artikelen


Het gras komt terug in het Balgzand

door René de Vos

Toen de Waddenzee nog echt brak was, het water schoon en de stroming mild, toen telde men er duizenden hectaren zeegras-‘weiden’. Ze boden beschutting aan vele soorten vis, garnalen en schelpdiertjes. Maar ze waren ook de basis voor een bloeiende bedrijfstak. Zeventig jaar nadat de wiervelden plotseling verdwenen is een herintroductieprogramma gestart. Tegelijk wordt een historische wierdijk op Wieringen deels in oude glorie hersteld.

Een klein houten schip vaart noordwaarts, richting het eiland Wieringen. Twee opvarenden leunen over een gangboord en staren betoverd naar de horizon. Daar licht tussen het water en de wolken een glanzendwitte muur op. Het is het meest adembenemende stukje kust van Holland in de late Middeleeuwen.
Wie op een dergelijke beschrijving in een oud reisverslag stuit zal onwillekeurig denken aan de witte krijtkusten van Engeland en Frankrijk. Maar Wieringen heeft helemaal geen krijt. De witte muur bleek veel bescheidener van formaat, door mensenhanden gemaakt en het effect was te niet te danken aan een mineraal maar aan een waterplant: zeegras.
Tot in het begin van de vorige eeuw waren ‘onderwaterweiden’ in de Zuiderzee en de Waddenzee voor veel Hollandse en Friese visserplaatsjes een net zo belangrijke bron van inkomsten als de visserij zelf. Gedroogd zeegras is sterk, het rot niet en isoleert uitstekend. Daarom was het eeuwenlang een ideale dakbedekking, kierendichter en matrasvulling. Maar ook een sterke bekleding voor zeedijken. Eenmaal gedroogd heeft het de kleur van stro, een soort wit goud. Daar dankten de zuidelijke dijken van Wieringen dus hun faam aan.
Zeegras is allang geen handelswaar meer. Niet alleen omdat er betere materialen werden gevonden om matrassen te vullen en dijken te beschermen, vooral ook omdat het zeegras nog maar op bescheiden schaal voorkomt. Op twee fronten zijn er nu inspanningen om een deel van het rijke verleden terug te brengen. Op Wieringen is eind augustus de laatste hand gelegd aan de revisie van een oude ‘wierdijk’. En in Balgzand werken Rijkswaterstaat en wetenschappers, tegen de verdrukking in, aan het terugbrengen van de eertijds zo omvangrijke wiervelden.

De economie van het wier

De term ‘wier’ is wat verwarrend; zeegras is geen wier, zelfs geen gras, maar een vaatplant uit de familie der fonteinkruidachtigen. In de Nederlandse brakke getijdenwateren kwamen vooral groot zeegras (Zostera marina) en klein zeegras (Zostera noltii)voor. Alleen het groot zeegras was economisch interessant omdat de bladeren enkele meters lang worden; klein zeegras komt niet verder dan zo’n 25 centimeter. Tot 1932 telde de westelijke Waddenzee grote velden zeegras van honderden tot duizenden hectaren. Wieringen was toen nog een eiland en juist hier bevonden zich enorme velden. Het ‘wier’ – waar de naam Wieringen overigens geen verband mee houdt – was van groot economisch belang. Zó groot dat de Wieringer gemeenschap zich – met de Gemeentelijke Zeegras Exploitatie – het monopolie op de oogst en export had toegeeigend. Zeegrasvelden bergen veel vis, met name paling, en zijn dus ook voor de ‘gewone’ visserij interessant. Maar kennelijk loonde het opvissen van zeegras nóg meer, want de autoriteiten verboden het (paling)vissen in de zeegrasvelden om beschadiging ervan te voorkomen.
De georganiseerde, commerciële wierwinning ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. Er heeft zelfs een ‘Staatscommissie in zake de wiermaaierij’ bestaan die regels voor deze tak van industrie moest opstellen. Maar al eeuwen eerder hadden kustbewoners de bruikbare kanten van zeegras ontdekt. In de late zomer verliest zeegras zijn blad en bloemstengels. Dat spoelt dan vaak op de kust aan en vormt daar op de vloedlijn dikke richels. Misschien heeft dat beeld geleid tot het gebruik van zeegras als dekmateriaal voor aarden zeedijken. Er zijn in Barsingerhorn wierdijkresten gevonden die uit de dertiende eeuw stammen.

Tienduizenden matrasvullingen

In de achttiende eeuw sloeg voor de dijkenbouwers het noodlot toe. De paalworm – nieuw voor onze streken – vrat in korte tijd alle houten delen aan. Zonder palen bleef de wierriem, zoals de bedekking van zeegras heette, niet op zijn plaats. Het wier had daarmee zijn tijd gehad als dijkbeschermer en werd vervangen door stenen.
Maar de wierindustrie was niet dood; als dakbedekking bleek het een gewild exportproduct. En in de Eerste Wereld Oorlog hebben de exploitanten er goed geld mee verdiend door een mega-order van het Duitse leger. Die gebruikte het materiaal om er matrassen mee te vullen. Nieuw was die toepassing niet; ook in de civiele industrie vond zeegras een weg naar kussens, banken en stoelzittingen.
Voor de Wieringer vissers was de zeegrasvisserij een welkome aanvulling op het ‘echte visbedrijf’. In juli hadden ze wel tijd over en dan trokken ze bij laag water, gehuld in lederen broeklaarzen, de wiervelden in. Met twee zeisen, door een ketting verbonden en deftig ‘het machien’ genoemd, maaiden ze de planten af. Bij opkomend water werd de losdrijvende, loodzware plantenvracht met zeegnetten in aakjes gehesen. De Haukes, nu de jachthaven van Wieringen, was indertijd de vissers- en handelshaven. Daar kwamen de aakjes aan om hun vracht te lossen op boerenkarren. Die trokken de kogen, de polders in, waar het wier in sloten werd gestort om te ‘verschen’; in het zoete water werd het zout aan de planten onttrokken. Er volgde dan een moeizame bewerking die veel weg had van de bewerking van landoogsten; drogen, keren, aan klampen ophangen, opslaan in grote schuren en tenslotte persen in balen van vermoedelijk zo’n honderd kilo. Het meeste van dit materiaal was bestemd voor export naar Noord-Frankrijk.
In het najaar was er nog een ‘tweede oogst’ van spontaan losgekomen materiaal dat op de kusten dreef. In takken wallen werd het opgevangen en daarna op de dijk te drogen gelegd. Dat materiaal was echter van mindere kwaliteit.

Moeizame herintroductie na zeventig jaar

Na 1932 was het in één klap gedaan met deze economische activiteit. De wiervelden verdwenen als bij toverslag. Niet alleen in het westelijk waddengebied, maar op alle bekende plaatsen, tot Amerika en Australië toe. Zo goed als zeker is een epidemie van de slijmzwam Labyrinthula zosterae de oorzaak geweest. Elders hebben veel velden zich in de jaren erna hersteld, maar in de westelijke wadden niet meer. Vermoedelijk hangt dat samen met belangrijke veranderingen in stromingen en zoutgehalten die in diezelfde tijd plaatsvonden. Het was het decennium waarin de Afsluitdijk werd gerealiseerd. De Zuiderzee werd IJsselmeer en niets was meer hetzelfde rond Wieringen, dat zelfs de status van eiland was kwijtgeraakt.
Precies zeventig jaar later is een groot project gestart om de wiervelden terug te brengen. Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland en het Rijksinstituut voor Kust en Zee vroegen wetenschappers van de Katholieke Universiteit Nijmegen en onderzoeksinstituut Alterra om de herintroductie te realiseren. Vorig jaar juni trokken die onder meer naar het Balgzand om daar jonge scheuten zeegras aan te planten. Rijkswaterstaat heeft – nu het water weer van voldoende kwaliteit is – tot de herintroductie besloten omdat zeegras een karakteristieke plant voor de Waddenzee is. In de velden zou onder meer de verdwenen zeestekelbaars opnieuw een plek zou kunnen vinden. Waarschijnlijk zullen ook de rotganzen, die vroeger graag op het gras foerageerden, weer terugkomen. Rotganzen zijn zozeer met het verleden van Wieringen verweven dat ze zelfs in het gemeentelijk wapen voorkomen.
Het herintroductieproject liep tot in 2005 en dat is maar goed ook; de eerste inspanningen, van 2003, zijn vrijwel volledig vergeefs geweest. Bijna al het jonge materiaal is weggespoeld. “Maar zo’n tegenslag is ingecalculeerd in het programma,” zegt de Nijmeegse hoofdonderzoeker Marieke van Katwijk. De aanplant van 2004 heeft meer succes, bovendien zijn er veel planten aangetroffen afkomstig van een proefaanplant uit 1999.
Van Katwijk gaf, onopzettelijk, ook een flinke impuls aan een project van de Werkgroep Reconstructie Wierdijk, verbonden aan het Landschap Noord-Holland. Op haar promotie in 2000 ontmoette Ben Schrieken er de Duitse zeegrasdeskundige  dr. R. Asmus. Schrieken was voor de werkgroep op zoek naar zo’n 200 kuub zeegras om er een authentieke wierdijk aan de zuidkant van Wieringen mee te renoveren. Asmus kon hem geschikte plaatsen noemen, zoals een camping op het waddeneiland Rügen. Het kostte de campinghouder altijd veel geld om de ‘strandrommel’ legaal te dumpen. Hij gaf zijn keurig gestapelde voorraad dus graag weg. Eind zomer 2004 is 100 meter Wieringer dijk hersteld met drie typen bedekkingstechnieken zoals ze vroeger waarschijnlijk werden toegepast.

Ergens zeegras gezien? Meld het op de site www.zeegras.nl

(Bron: Noord-Hollands Landschap)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats