Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Kinderen en de natuur
Alle artikelen


Het smaragden halssnoer van Amsterdam

door René de Vos

Met een straal van zo’n dertien kilometer ligt rond Amsterdam een 135 kilometer lang complex van dijken, forten, batterijen en waterwerken. De Stelling van Amsterdam was de perfecte verdedigingsmachine en is mede daarom geplaatst op de Lijst van Werelderfgoed. Dat verplicht tot behoud en herstel.

De perfecte militaire machine; is dat de opvolger van de F-16, was het de Karel Doorman, of misschien de door DAF gebouwde pantser-terreinwagen YP-408? Nee, kijkend naar Holland kan alleen De Stelling van Amsterdam aanspraak maken op die titel. Dat mocht dit unieke complex van bunker- en waterwerken al bij zijn aanleg, ruim 120 jaar geleden. Dat mocht het zelfs nog in 1920, net voltooid maar tegelijk door nieuwe technologie ingehaald. En dat mag het als ontwerp nog steeds, ook in 2003.
De Stelling is een ring van forten, dijken, geschutsplaatsen, waterkeringen, sluizen en schuiven. Met die laatste drie kunnen grote gebieden snel onder water worden gezet. Dat stuit de opmars van grondtroepen. De perfect defensieve ring die De Stelling vormt zou de grootstad Amsterdam vrijhouden als de rest van het land in vijandelijke handen was gevallen. Het was ’t toepassen van de les die militairen hadden getrokken uit de Frans-Duitse oorlog in het derde kwart van de negentiende eeuw. Je was als natie niet verslagen zolang je een bestuurlijk centrum controleerde.
Maar sindsdien hebben het vliegtuig, de tank, het amfibievoertuig, paratroopers, raketten en satellieten hun intrede gedaan. Forten, bunkers, een paar plassen water; ze kunnen de hoofdstad onmogelijk tegen een bezetting beschermen. Voor het eerst werd dat al duidelijk tijdens de Eerste Wereld Oorlog, toen Nederland neutraal bleef. Tijdens de Tweede Wereld Oorlog heeft De Stelling nauwelijks een functie gehad, op een enkele inundatie van een polder na. Goed een kwart eeuw geleden gaf Defensie de forten op als militaire objecten. Pas sinds een jaar of tien realiseren we ons wat daarmee verloren dreigde te gaan. Sindsdien werken tientallen organisaties, particulieren en overheden steeds meer samen om dit unieke complex zijn ware glorie terug te geven. En dan gaat het niet alleen om het opknappen van gebouwen, maar ook om het herstel van dijklichamen en waterpartijen, het terugbrengen van oorspronkelijke begroeiing en het behoud van open ruimte.
Hoe groot de cultuurhistorische betekenis van De Stelling is blijkt uit de plaatsing ervan door de UNESCO op de Lijst van Werelderfgoed als een monument van ‘uitzonderlijke universele waarde’.

Versnipperd eigendom en gebruik

Een monument met een lengte van 135 kilometer. En toch zou je er op de meeste plaatsen maar zo aan voorbij lopen. Een dijkje, een polder, een sluisje, een gracht en – ah ja! – een heus fort. Er zijn er niet minder dan 42; ze sluiten de gaten tussen de meer natuurlijke delen van de linie. En die forten hebben inderdaad een monumentale uitstraling, al zijn de jongste nog geen eeuw oud en de oudste hooguit 120 jaar. Hun uiterlijk verraadt een bijzondere functie; ze zijn half onder de grond begraven, of ze rijzen loodgrijs vier verdiepingen hoog op, als een steile bergwand in de Dolomieten. Het dak is een schapenweide en de andere muren worden verhuld door grassige taluds.
Zo was het in aanvang, zo is het soms nog, maar vaak ook helemaal niet meer. Want sinds de jaren zeventig zijn deze fraaie, maar nooitgebruikte militaire constructies zelfs niet meer in gebruik als munitie-opslag. De robuuste gebouwen zijn gekocht, worden gehuurd of gepacht door particulieren, verenigingen en ondernemers. Je treft ze nu als museum, onderkomen voor sportverenigingen, opslag voor wijnkopers, kantine, restaurant of expositieruimte. Het Noord-Hollands Landschap beheert vijf forten en her en der stukken dijk en linie.

Het snoer raakte bekneld

Die versnippering is een bedreiging voor het monument als eenheid. De meeste gebruikers zijn maar zijdelings geïnteresseerd in de cultuurhistorische waarden. Een fatale ‘aanpassing’ is dan snel gemaakt. Misvattingen over de functies van de beplanting hebben fortificaties doen uitwassen tot groene mega-paddestoelen in een landschap met – zeker anderhalve eeuw terug – een veel lager profiel. In opzet versmolten de begroeide forten juist met het landschap; niks kwam boven het bosschage-maaiveld uit.
Nu rukken bovendien expanderende infrastructuur en stedelijke bebouwing op in de open gebieden die feitelijk deel uitmaken van De Stelling. Zo is Fort aan de St. Aagtendijk aan twee zijden van zijn functie beroofd. De westelijke kant, waar de polder vol had moeten kunnen lopen, is ingenomen door Beverwijkse bebouwing en sportvelden. Aan de keelzijde, de veilige binnenkant van de ring, wordt het fort ‘aangereden’ door de snelweg A9. Die doorsnijdt zo de liniedijken naar Fort bij Veldhuis en Fort Zuidwijkermeer.
Het zijn grove schendingen, maar Nederland is te klein om zich de luxe te kunnen permitteren van vele duizenden hectaren praktisch ongebruikt gebied. In de tijd dat De Stelling werd gebouwd lag dat anders. De veeteelt in de polders was nog heel extensief, een Kringenwet kon nog bebouwing verbieden – zodat inundatiegebied en vrij schootsveld gewaarborgd waren – en de militairen gebruikten kleine pachters voor het onderhouden van de groene constructies.

Begroeiing met militaire functie

Er zal onvermijdelijk nog meer worden afgeknabbeld van de buitenruimte van De Stelling. Maar er kan ook heel veel van dit verborgen grote monument worden veiliggesteld en gerestaureerd. Een bijzondere manier van ‘meerwaarde-herstel’ is het terugbrengen van de oorspronkelijke begroeiing. De militaire ontwerpers en bouwers van De Stelling hebben veel aandacht gegeven aan de gewenste begroeiing. Die begroeiing was functioneel, je kunt zelfs zeggen dat het op zichzelf militaire objecten waren. In elk geval maakten ze deel uit van het gehele militaire complex.
Relatief lage struiken, heestergroepen en boompjes camoufleerden de forten omdat ze een logisch geheel vormden met struiken en kleine bosschages op en langs de dijken die van fort tot fort lopen. Rond het fort bestond die begroeiing vaak uit doorndragers als hondsroos, meidoorn en sleedoorn. Net zo effectief als prikkeldraad. Aan de binnenzijde – de keelzijde – van de forten stonden en staan vaak forsere bomen, zoals kastanjes. Ze bezorgden de nodige schaduw en koelte op het binnenterrein en boven de wachthuisjes.
Indertijd werd al dat groen goed kort en klein gehouden, net als het gras in de polders, op de dijktaluds, in en langs de fortgrachten en op het dak van de forten. Maar de nieuwe eigenaren, de huurders of pachters van de forten, waren niet geïnteresseerd in groen prikkeldraad, onbelemmerd schootsveld of camouflage van het gebouw. De natuur mocht zijn gang gaan, vooral omdat in toom houden een flinke duit kost.

Forten werden stepstones

Ooit dachten we de natuurlijke rijkdom het best te dienen door de natuur maar geheel haar eigen gang te laten gaan. Nu denken we te weten dat bepaalde vormen van ingrijpen heel positief op de diversiteit werken. Voor het fortenstelsel lijkt dat niet anders te zijn. Het begon al met de aanleg. De bouwers sleepten heel wat ‘streekvreemd materiaal’ aan, variërend van scherp zand tot beton, maar evengoed hagen en bomen. Elk van die materialen bracht een stukje ‘eigen natuur’ mee, die zich op de nieuwe plek vaak goed ontwikkelde. De forten hadden al snel de functie van ‘stepstone’ voor planten en dieren. Die migreerden makkelijk langs de dijken en linies.
Het onderhoudsregime was strak; al het groen werd kort en in toom gehouden. Deels om niet op te vallen in het landschap, deels om een breed en vrij schootsveld te behouden. Zulke ‘geknotte’ natuur is net zo rijk en uitbundig als de natuur in kleinschalig agrarisch gebied.
Maar toen het onderhoud achterwege bleeg sloeg al heel snel de verwildering toe. Die bracht weer nieuwe bewoners zoals aalscholvers en ijsvogels op de omgewaaide topzware grachtenbomen. De verruiging maakte echter andere soorten het leven heel moeilijk of zelfs onmogelijk. De argusvlinder verlangt een combinatie kort gras en warme steen. Weidevogels houden het bij verwildering van de graslanden voor gezien. Bij verruiging zie je aanvankelijk een toename van soorten, maar na verloop van tijd juist een verschraling.

Behoudplan volgens het Poldermodel

Wat is dus wijs beleid: alles terug in zijn oude staat, of toch maar gewoon laten gebeuren wat er vanzelf zal gebeuren? Als het aan Norbert Daemen ligt zal, naar goed Nederlands gebruik, het beste van beide worden gedaan. Daemen is werkzaam voor Landschapsbeheer Noord-Holland, de partner van Noord-Hollands Landschap. Hij schreef samen met Henk Baas een omvangrijk ‘groen hoofdstuk’ voor een boek over De Stelling.
En daarin pleit hij, na uitgebreide schetsen van de oorspronkelijke en de huidige groene bewoners van De Stelling, voor een vorm van beheer waarmee zowel de historische betekenis, de ecologische waarde als de huidige functies maximaal recht worden gedaan. Een poldermodel dus. Het is in elk geval een model dat naadloos past aan de visie die het Noord-Hollands Landschap al formuleerde in de Algemene Doelstelling en de vijf deelrapporten over het beheer van De Stelling.
Achter de aanbeveling van Daemen ligt een intrigerende ervaring; als je er in slaagt de cultuurhistorische waarden te herstellen – inclusief de groenvoorziening – dan breng je vrijwel zeker ook de oorspronkelijke ecologische situatie terug. Het is aan de samenwerkende beheerders om vast te stellen waar dat interessant is en waar niet. Soms zal nieuwe natuur – met een roofvogel, een vleermuis of een amfibie als mascotte – ons meer waard zijn dan de oude. Of misschien blijkt een recreatieve of commerciële bestemming zó belangrijk te zijn dat ‘terug naar af’ geen optie is. In dat geval is het zaak om door zonering – jargon voor afscherming – zo’n modern vlekje in het oude snoer ‘afgekapseld’ te houden.
Want een kostbaar oud halssnoer ís De Stelling, daar zijn alle deskundigen en liefhebbers het over eens. Een uniek, grotendeels prachtig bewaard gebleven, monument van 135 kilometer lengte. Een militair meesterwerk dat zijn perfectie nooit heeft hoeven of kunnen demonstreren. En zeker ook: een ecologische vondst, een HoofdStructuur avant-la-lettre. Deze ketting rond Amsterdam – groen op dijkniveau en blauw op grachtniveau – is nog steeds een dankbare reisroute voor planten en dieren. En de forten zijn edelstenen in de ketting; heel eigen biotoopjes op al even aparte bouwwerken.

(Bron: Landschap Noord-Holland)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats