Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Kinderen en de natuur
>Met groen leef je langer
Alle artikelen


Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap

door René de Vos

Het typische polderlandschap dat veelgeprezen Hollandse schilders zo magnifiek hebben vastgelegd, dreigt verloren te gaan. Steeds meer boeren staken hun onrendabele bedrijven; de weiden verpieteren. Noord-Holland wil dit unieke erfgoed behouden. Een groot nieuw samenwerkingsverband gaat Nationaal Landschap Laag Holland sterk en gezond maken.

Geluidloos door het water glijden, in een kano. Vóór je ligt de uitgestrekte open plas van het Wormer- en Jisperveld, met de verkruimelde weerspiegeling van hardblauwe luchten en spierwitte wolken. En achter je rug weet je die andere wereld: de contouren van grauwgrijze gebouwen, baksteen en beton van Zaanstad. “Nogal wat mensen vinden die bebouwing lelijk,” stelt Geert Meeuwissen vast. “Ik vind ze juist mooi. Het is industrieel erfgoed, met een eigen charme. Maar wat mij echt raakt is dat contrast: open water, massieve gebouwen.”
Gevraagd naar zijn favoriete plekje in het karakteristieke veenweidegebied van Noord-Holland tussen Alkmaar en Amsterdam, kan Meeuwissen maar moeilijk kiezen. Hij heeft er minstens drie. Warder en de Dorregeester Polder horen daarbij, maar Wormer- en Jisperveld winnen het misschien nipt.
Meeuwissen geniet hier niet alleen, hij werkt hier ook; hij is projectleider in een megaverbond van grondeigenaren, gebruikers, beheerders, beschermers en overheden. Het verbond gaat waken over de bijzondere beschermingstatus die het middelste deel van noordelijk Noord-Holland heeft gekregen: die van Nationaal Landschap Laag Holland.
“Dit land is uniek,” zegt Meeuwissen. “Het is het decor en de inspiratie van de grote Hollandse Meesters. Dit is Holland zoals buitenlanders het kennen van beroemde doeken. Als je bij een plaatsje als Warder naar de einder kijkt, dan zie je vrijwel hetzelfde als vier eeuwen terug. En dat in zo’n klein en vol land als het onze!”
Ja, Laag Holland is uniek, authentiek, maar vooral ook kwetsbaar. “Als we er niet heel veel aandacht en geld aan besteden, dan is dit typische veenweidegebied over tien, twintig jaar verloren gegaan. Definitief. Dan zijn we de koeien kwijt, de weidsheid kwijt, de toch al schaarse weidevogels en die typische elementen als dijkjes en molens. Eénmaal kwijt, altijd kwijt. Verloren veenweide tover je niet meer terug.”

De oude veenweiden baren zorgen. Hun charme is onweerlegbaar; een mozaïek van groene lapjes, aan elkaar geplakt met sloten en vaarten. Plassen ertussendoor, slechts hier en daar een plukje opgaand groen. Strakke en kromme dijken, molens. Heel veel einder, heel veel luchten. Maar die veenweiden leggen de een na de ander het loodje. Ze bestonden en bestaan bij de gratie van de boer, zijn vee en de simpele gereedschappen waarmee hij zijn bedrijf voert. Met weinig koeien op veel land, vaak moeilijk bereikbare gronden en stalmest als zwaar te verwerken grondverbeteraar is het kansloos concurreren met de moderne veehouderij.
De boeren op dit oude natte land verdienen per hectare vierhonderd tot zevenhonderd euro minder dan collega’s buiten het gebied. Elk jaar geeft twaalf procent van de boeren tussen het Noordzeekanaal en de lijn Alkmaar-Hoorn er de brui aan.
In die terugloop van agrarische activiteit schuilt het gevaar. Als er met de weiden lange tijd helemaal niets gebeurt – er wordt niet gemaaid, niet gemest en niet gegraasd – dan verandert na een aantal jaren het karakter van die weidegronden. Het worden moerassige ruigtes. Met veel pitrus – een stijve, rietachtige graspol – en vrijwel zonder vogelleven. Het water in de sloten vertroebelt, algen winnen het van vis en vissende oevervogels. Al vrij snel zullen er bosjes elzen en berken opschieten. In tien jaar tijd kunnen zaailingen een fors moerasbos vormen. Zonder ingrijpen door beheerders en overheden zou het dan definitief gedaan zijn met de beroemde vergezichten van wat we Laag Holland zijn gaan noemen.

Laag Holland is geen oorspronkelijke naam. De deelnemers in het grote samenwerkingsverband hebben deze naam voor het eerste nationale Landschap van Nederland gekozen omdat die tegen zulke duidelijke oerbegrippen aanschurkt: open en vlak, nat en groen, historische plekken, herinneringen aan de Zuiderzee.
In goed anderhalf jaar heeft de stichting Nationaal Landschap Laag Holland vorm gekregen. Nooit eerder vonden zoveel verschillende belangenpartijen elkaar in één visie op natuurbeheer en landschapsinrichting. “Maar daar is wel een enorm traject aan vooraf gegaan,” verzucht Barbara van Beijma, verantwoordelijk voor de communicatie. “Al een kwart eeuw geleden is de term Nationaal Landschap gevallen als bijzondere status voor waterland. Maar dat idee is een stille dood gestorven. Tien jaar later begon de Provincie echt werk te maken van plannen om de veenweiden te behouden. Agrarisch beheer en Groene Diensten waren toen sleutelbegrippen. Vlak daarop kwam de rijksoverheid met het concept Waardevol Cultureel Landschap. Ook nu stond Waterland bovenaan de lijst. En ook nu doofde na een paar jaar de geestdriftig ontstoken vlam.”
De Provincie, heilig overtuigd van de noodzaak van gebiedsgericht beleid, poetste de lei schoon en begon helemaal opnieuw met de vraag: ‘Wie maakt er in deze regio nu allemaal beleid als het om natuur en landschap gaat? En hoe stemmen we al die beleidsmakers op elkaar af?’ Dat was een goeie zet. Via het begrip Holland Midden rolde er eind jaren negentig het concept van de Groene Long uit.
“Een bestuurlijke club van financiers,” legt Van Beijma uit. Bestuurders die één lijn moesten trekken voor het behoud en de verbetering van het landschap in het midden van Noord-Holland. Beijma: “Toen Pronk zijn vijfde Nota Ruimtelijke Ordening presenteerde was het echter duidelijk dat er in zo’n club ook andere belanghebbenden zitting moesten hebben. Een Taskforce en flink wat rapporten later stonden alle neuzen dezelfde kant op: er moest een stichting Landschap Laag Holland komen waarin overheden en private partijen op gelijk niveau zitting zouden hebben.

Nog een jaar en dan is het bestuurlijk apparaat los van de startbaan. De Groene Long zal dan helemaal opgenomen zijn in de nieuwe organisatie. Die bestaat uit een stuurgroep, een bouwteam en een bedrijfsbureau. Barbara van Beijma heeft namens Landschap Noord-Holland zitting in het Bouwteam. “Het Landschap heeft een flink aantal gebieden dat heel moeilijk te beheren is. Je hebt er pachtboeren nodig om met hun bedrijvigheid het klassieke landschap in stand te houden. Maar die boeren houden het hoofd niet boven water zonder aanvullende inkomsten. Wij proberen daar als beheerder oplossingen voor te vinden. Subsidie voor natuurlijk beheer – waarmee bijvoorbeeld de weidevogels gediend zijn – is één manier. Maar we zijn ook in het project Waterlants Weelde meegegaan: biologisch rundvlees uit de eigen streek. We stellen potstallen ter beschikking, zodat de boer zijn land met ruige mest kan verbeteren. Dat is belangrijk voor de juiste kwaliteit van grond en water.”
Voor Van Beijma is het partnership in de nieuwe stichting een glashelder voordeel bij het realiseren van de doelen van het Landschap. “We vormen met alle mogelijke betrokkenen één front, we hebben hetzelfde doel en de dezelfde plannen, we hebben samen heel veel deskundigheid in huis, we brengen allemaal onze eigen netwerken mee. En wat ook heel belangrijk is: samen worden we eerder gezien en gehoord door de schatbewaarders van de fondsen waar uiteindelijk onze middelen vandaan moeten komen. Zonder geld houdt alles op. Als wij de boeren niet van extra inkomsten kunnen voorzien, dan houden ze er mee op. En wij als Landschap mogen dan de beheerder zijn, wij hebben geen eigen koeien en wij boeren niet.”

De Waterlandse Zeedijk bij Zuiderwoude. Daar moet je staan, aan het dijkseinde, om echt te kunnen genieten van Holland zoals Holland hoort te zijn. Oostelijk van de dijk kijk je uit over eindeloos water. Ooit ziedde hier de Zuiderzee. Die werd IJsselmeer, kromp tot Markermeer, slonk tot Gouwzee. Maar het blijft een weidse plas. Met massa’s smienten.
Draai 180 graden en je ervaart die andere weidsheid: het gestreepte groen van ongeschonden boerenland. Duizenden ganzen. Als je heel erg je best doet en het weer zit mee, dan zie je aan de einder de contouren van Amsterdam-Noord. Zo dichtbij en zo veraf...
“Hier loop ik helemaal warm voor,” bekent Barbara van Beijma. En daarom valt het haar ook helemaal niet moeilijk om in het organisatorisch geweld rond de stichting Laag Holland het doel scherp te houden: behoud en verrijking van het prachtige cultuurlandschap waarin wij wonen.
“Maar eigenlijk heb ik nog veel meer plekken die ik prachtig vind. Mag het?” vraagt Van Beijma. “Noem dan in elk geval de uitkijktoren van het bezoekerscentrum aan het Ilperveld.” Ja, dat is hartstikke chauvinistisch; die toren is van Landschap Noord-Holland, Barbara’s werkgever. Maar ze heeft wel gelijk: het uitzicht over de veenweiden is fantastisch. En je beleeft hier bovendien die sensatie waar Geert Meeuwissen zo gek van is: het schrille contrast tussen de skyline van wereldstad Amsterdam en de tijdloze weiden en wateren van oer-Holland.

“Als we heel erg ons best doen en ook nog heel erg succesvol zijn, dan zal de inwoner van Noord-Holland Midden niets merken van ons bestaan,” meent Jan Fokkens. De Castricumer die talloze bestuursfuncties heeft bekleed – zoals burgemeester van Doetinchem en voorzitter van Natuur en Milieu – is nu de onafhankelijke voorzitter van de stichting Nationaal Landschap Laag Holland. Hij pleit heus niet voor een low profile van ‘zijn’ Nationaal Landschap; hoe meer bekendheid het krijgt en hoe nieuwsgieriger de buitenwereld wordt, des te beter. Maar hij wil in- en aanwoner van het Landschap duidelijk maken dat alles draait om het behoud van het waardevolle landschap zoals we dat nu nog kennen. Zo weinig mogelijk verandering dus. “Maar ook weer geen rem op gezonde ontwikkeling. De wereld staat niet stil. Er komen mensen bij, daar zijn huizen voor nodig en we willen ook nog graag langs wandel- en fietspaden genieten van de mooie omgeving waarin we wonen.”
Van Jan Fokkens wordt in de stichting vooral gevraagd dat hij wijs stuurt. “Ik voer uit wat Provinciale Staten unaniem als doel heeft gekozen. Dat stijgt uit boven tijdelijke, lokale belangen. In de stichting hebben overheden, boeren, hun organisaties en de natuurbeschermers als gelijken zitting.”
“Deze partners hebben, meer dan waar ook in ons land, ontdekt dat ze gezamenlijke belangen hebben. Dat gebeurde met name in de zogenaamde Task Force, waar voor het gehele Veenweidegebied in goed overleg functiekeuzen werden gemaakt: soms werd het accent op de landbouw gelegd, soms op de natuur, heel vaak werd voor een nauwe verweving gekozen. Maar de belangen van boeren en natuurbeschermers gaan niet altijd automatisch gelijk op. Neem het tijdstip van maaien. Voor de boer is het oogsten van goed gras belangrijk, voor de natuurbeschermer het overleven van jonge weidevogels.”
In de stichting hebben de twee volgens Fokkens een verstandshuwelijk gesloten. “Dat zijn vaak niet de kortstdurende contracten,” weet hij. “Het valt niet mee voor ze om één lijn te vinden, maar het is wel een absolute voorwaarde om ons mooie gebied te kunnen behouden. Ik zie de uitkomst met vertrouwen tegemoet. Als ze er bij een bepaald project echt niet samen uitkomen zal ik vanuit mijn voorzittersrol proberen ze tot een gezamenlijk standpunt te brengen.”

Driehuizen, dat is toch een ongelooflijke plek? Verloren in een niemandsland – zelfs de kaart is blanco rond het oude dorp – en toch zo heel dicht bij Amsterdam en Alkmaar. “Maar het is er nog net als 200 jaar geleden,” zegt Jan Fokkens. “Ga op het dijkje staan, kijk naar het noorden. Dan kijk je ver, erg ver. Je ziet veel water, veel groen en heel veel mooie wolken. Het landschap van Hollandse Meesters. Dat willen we toch allemaal vasthouden?”


(Bron: Landschap Noord-Holland)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats