Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Met groen leef je langer
Alle artikelen


Kinderen en de natuur

door René de Vos

Er zijn kinderen in Nederland die nog nooit de zee hebben gezien, die nog nooit door een bos hebben gelopen. Natuurorganisaties maken zich zorgen: zal er onder de komende generaties nog voldoende draagvlak zijn voor hun werk? Ook Landschap Noord-Holland zoekt een weg om de jeugd meer bij de natuur te betrekken.

Je moet er onwillekeurig om glimlachen als je het leest. Sommige kinderen hebben geen idee of insecten ook dieren zijn, anderen denken dat er in ons land leeuwen, tijgers en olifanten vrij rondlopen. Er zijn kids van wie de mond openvalt als je ze laat zien dat melk uit een koe en niet uit een machine komt. En natuur? Ja, dat is het trapveldje bij het zwembad. Kikkerdril? Nou nee, geen idee.
Kikkerdril is nu net hét voorbeeld waarmee natuurliefhebbers van bovenmiddelbare leeftijd het betoverende karakter van de eeuwig veranderende natuur illustreren. De Noord-Hollandse natuurschrijver en schilder Frans Buissink vertelde erover in een speciale uitgave van Staatsbosbeheer bij het jaarverslag 2003. Als kleine jongen nam Frans een jampot vol dril stiekem mee naar zijn slaapkamer. De eitjes werden kikkervisjes en de jampot was te klein. Frans wist geen andere weg om ze te lozen dan via de dakgoot. Menig kikkertje meed echter de regenpijp, verkoos het hoog te blijven wonen en maakte de slaapkamers van buren onveilig.
Dat was vroeger, zeg vijftig jaar geleden. Toen bijna iedereen liep of fietste, toen op een gedenkwaardige tweede Pinksterdag de allereerste file ontstond bij de rotonde die nu knooppunt Hoevelaken heet. Toen bijna iedereen aan de rand van de stad woonde, of gewoon op het platteland. En toen het dus ook heel gewoon was om als kind je vele vrije uren buiten door te brengen: op zo’n woest overhoekje of op de heide of in het bos of langs de sloot.
Sindsdien is er van alles veranderd.

De roos mag uitsterven

Ronduit schokkende feiten kwamen er naar voren door een onderzoek van de Wageningse biologe Jana Verboom en haar team over natuurbeleving bij jongeren. Afgelopen jaar is een samenvatting in het Engels gepubliceerd en de belangrijkste feiten zijn beschreven in het essay van Staatsbosbeheer (2004). Nogal wat kinderen blijken koeien tot de wilde natuur te rekenen. Het hert mag beslist niet uitsterven, maar om het verdwijnen van de muis, de roos of de buizerd zullen weinig jongeren een traan laten. Bijna geen enkel kind kan meer dan twee planten benoemen. Sommige stadskinderen zijn nog nooit aan zee geweest; ze hebben geen idee hoe duinen eruit zien.
De ondervraagde kinderen waren tussen de veertien en achttien jaar. Ze volgden diverse typen middelbaar onderwijs. Het is een generatie die binnen tien, vijftien jaar moet meebesluiten over het aanzien van Nederland. Hoeveel natuur willen we? Wat voor sóórt natuur willen we? Wat moet daarvoor gebeuren en hoeveel mag het kosten?
Zonder een elementair gevoel over wat natuur nou eigenlijk is, kun je zulke vragen in de verste verte niet beantwoorden. Het interesseert je waarschijnlijk niet eens. Daarom maken natuurorganisaties zich sinds kort druk over de kwestie. Ze vrezen straks geen draagvlak voor hun inspanningen meer te hebben.
Het blijkt nog niet mee te vallen om een goed plan te bouwen waarmee de jeugd voor de natuur gewonnen kan worden. De belangrijkste vraag daarbij is natuurlijk: waarom missen ze die affiniteit eigenlijk?

De idylle van een overhoekje

Leken en deskundigen zijn het opvallend roerend eens over het antwoord: het gaat om een combinatie van factoren. Vroeger hadden kinderen veel vrije tijd en die brachten ze vooral buiten door. Buiten betekende al vaak een braakliggend stukje land. Daar kun je eindeloos avonturieren. Niet alleen fikkie stoken of hutten bouwen, maar ook kevers vangen of simpel bloemen plukken. Het was heel gewoon om levende dingen te voelen, te ruiken en te proeven.
Kinderen van nu zijn – net als hun ouders – altijd druk-druk-druk. En de tijd die ze voor zichzelf hebben gaat op aan de computer, de televisie, de sportclub of hobby. Hun ouders zien ze ook liever niet buiten rondzwerven. Het is daar gevaarlijk; vanwege het verkeer en vanwege rare mensen.
Een kind dat niet al een eigen, aangeboren belangstelling voor de natuur heeft, wordt dus niet erg gestimuleerd. Over het algemeen ook niet op school. Onderwijsdeskundige Marja van Graft: “Kinderen weten minder dan ooit over hun natuurlijke omgeving. De tijd om er op school aandacht aan te besteden is volstrekt ontoereikend. De Inspectie heeft het niet hoog op de lijst staan en steeds meer leerkrachten vinden dat ze het onderwerp helemaal niet aankunnen.”

Gemiddeld genomen is er in het basisonderwijs een kwartier per week beschikbaar voor natuureducatie. “Dat is volstrekt onvoldoende,” beaamt Theo de Wit (54), directeur van basisschool de Baanbreker in Graft. Alleen heel bevlogen en creatieve leerkrachten kunnen daar nog iets aardigs van maken. De Wit is zo iemand. Hij is een boerenjongen, gek op de natuur en hij deelt zijn enthousiasme graag.
“We hebben 25 uur per week en de minister wil dat we daarin vijftien of achttien vakken doen. Dat gaat natuurlijk niet, dus moet je keuzes maken. Rekenen en taal zijn nog steeds het belangrijkst, daarom vormt voor veel scholen natuureducatie een sluitstuk. Ik probeer dat anders te doen. Ik neem zo’n klas gewoon eens in de zoveel tijd een middag mee het veld in. Vogels en planten bekijken. Daar heb ik de kinderen dan wel goed op voorbereid, anders is het verspilde moeite, wordt het chaos.”
Bij die voorbereiding maakt De Wit dankbaar gebruik van de moderne visuele technieken: schooltelevisie, internet, didactische computerprogramma’s. “Dat hadden we vroeger natuurlijk niet; in dat opzicht zijn we beter af dan toen.”
De Baanbrekerkinderen hebben bovendien het geluk dat ze dicht op de natuurlijke omgeving zitten; weilanden, sloten, bosjes en moeras. De Wit: “Voor collega’s in de stad wordt het al een stuk lastiger om ‘belevingsonderwijs’ te geven. Maar die moeten gewoon twee keer per jaar een buitenproject doen, bijvoorbeeld een dagje zee. Lekker met een sleepnet beestjes en schelpen opvissen en bekijken. En dan doen ze maar eens een keer geen techniekproject. Want zo liggen de keuzes wel.”

Groen is al een tijd niet meer in

Spijtig genoeg denken veel collega’s van De Wit er toch anders over. De natuurlijke omgeving is geen erg populair onderwerp. Marianne Schuurmans van het adviesbureau De Educatieve Stad in Wormerveer helpt scholen om zich met een bepaald specialisme te profileren. Zo heb je ‘kunstscholen’ en ‘sportscholen’ en ‘literaire scholen’; gewone basisscholen of middelbare opleidingen die meer dan gemiddeld aandacht besteden aan een speciaal pakket. Maar hoe graag Schuurmans het zelf ook zou zien, tot nu toe is er niet één school in Noord-Holland die voor ‘groen’ als specialiteit koos.
“De afgelopen tien jaar is de belangstelling voor de natuur erg weggezakt. Het is bepaald niet ‘in’, hoewel ik de indruk heb dat het tij wel eens zou kunnen keren.” Ze herinnert zich heel goed hoe een decennium terug nog bemoedigende dingen gebeurden. “Je had in Amsterdam schooltuinen. Daar is de activiteit op zeker moment verschoven van gewoon tuinieren naar natuuronderzoek. Sommigen pakten het heel goed op, organiseerden bijvoorbeeld kleuren- en geurentochten door de tuin.” Als we de jeugd (weer) voor de natuur willen winnen, dan zullen een heleboel deskundigen en organisaties de handen ineen moeten slaan, zo is Schuurmans overtuiging.

Toetsenbord of schepnetje?

Johan Stuart, woordvoerder voor Landschap Noord-Holland, denkt er precies zo over. “We moeten met alle Landschappen samen deze uitdaging aangaan. En misschien nog wel met veel meer partners. We onderzoeken nu of de recente alliantie van zeven natuurorganisaties in de jeugdclub Wildzoekers een goede optie is. Het doel is in elk geval te groot om in ons eentje te kunnen halen. Intussen dóen we wel zo veel mogelijk voor de jeugd. We gaan met schoolklassen onze terreinen in en we hebben excursies van onze boswachters voor gezinnen met kleine kinderen.”
De woordvoerder is ook vader en vanzelfsprekend ziet hij bij zijn eigen kinderen graag dezelfde nieuwsgierigheid naar de natuur die hij zelf kent. Maar het vergaat hem niet anders dan zovéél ouders. De oudste, een jongen van zestien, zit liever achter de computer – snelle oorlogsspellen zijn het leukst – dan dat hij er op uit trekt. “Maar als we op vakantie zijn, en er is gewoon geen computer, dan is-ie ineens druk met vlinders vangen en schepnetjes door de beek halen. Ik wil hem graag lid maken van een jeugdnatuurbond. Ik wed dat-ie het hartstikke leuk zou vinden. Maar ik weet ook dat jongeren zich niet graag in een vreemde groep storten. Ze maken liever en makkelijker contact via chatrooms.”

Dat is heel erg waar. Voor veel kinderen is de computer de veiligste manier om contacten te leggen. De echte buitenwereld vinden ze vaak bedreigend. Maar is-ie dat ook echt? Schoolmeester Theo de Wit laat zijn kinderen het tegendeel ervaren. Hij heeft een unieke afspraak met Landschap Noord-Holland gemaakt. Twee keer per jaar gaat De Wit met de bovenklas per boot naar een perceel in de Eilandspolder. Daar verzamelen de kids het gemaaide riet om het op hopen te zetten. Dolle pret, want de bodem golft; het is een drijvende rietmat. Lijflijker contact met de natuur is nauwelijks denkbaar.
“Een half jaar later gaan we wéér; kijken of de orchideeën al bloeien. Daar moest namelijk dat riet voor weg. Die exotische bloemen zijn de beloning voor hun werk.” De kracht van de emotie, heet dat. Veel natuurliefhebbers of -beschermers herinneren zich een cruciaal moment. Opperste verrukking bij het opsnuiven van een bedwelmende bloemengeur of bij het vasthouden van een jong eendje. Van de natuur houden kan dus alleen maar als je de kans hebt gekregen om die natuur te ondergaan.

(Bron: Noord-Hollands Landschap)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats