Natuur.webBlad.info
Onmisbare informatie over de wereld buiten

Meest bekeken
>Trekvogels in Groningen
>Vogels houden van biologisch
>Loonse en Drunense Duinen grootste zandbak van Europa


Recente artikelen
>Het gras komt terug in het Balgzand
>Vogels houden van biologisch
>Waddenzee heeft rust nodig om te herstellen
>De kadettenlandjes van Blokweer als therapie voor herintreders
>Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Noord-Holland
>Veenweidegebied verheven tot Nationaal Landschap
>Kinderen en de natuur
Alle artikelen


Bargerveen-onderzoekers nemen grondoorzaken onder de loep

door René de Vos

Om Rode-Lijst-soorten van hei, hoogveen en verstuivingen te redden van de ondergang, moet je weten wat er mis is aan de basis van het ecosysteem waarin ze leven. Herstelecoloog Hans Esselink leidt een nieuwe generatie collega’s op die vooral moeten gaan kijken waarom intacte systemen zo harmonieus functioneren als ze doen.

Hij is innemend, fors van postuur en zeer nadrukkelijk aanwezig. Hij vertelt ook bevlogen, blijft onstuitbaar aan het woord en hij verbluft – ondanks veelvuldig gebruik van de stop-term ‘hoe-heet-het...’ – zijn gehoor met feitenkennis, provocerende stellingnames en amusante anekdotes. Herstelecoloog Hans Esselink heeft een missie. Hij móet al zijn gewicht in de strijd gooien om de teloorgang van de diversiteit in de natuur tot staan te brengen. De sleutel tot succes – zo weet hij zeker – ligt in het wetenschappelijk uitpluizen van eco-ketens; gestapelde afhankelijkheden, met zoogdieren of vogels aan de top en mineralen, milieu- en klimaatomstandigheden aan de basis. Met kennis over eco-ketens kun je – op zijn minst in theorie – elk aangetast ecosysteem herstellen.
Hans Esselink zou me iets vertellen over de kansen van Rode-Lijst-soorten van het heidegebied. Valt er voor een herstelecoloog nog eer te behalen aan een strategie om ‘het heideleven’ – de paarsbloeiende vlaktes met hun rijkdom aan insecten, reptielen en vogels – uit de dood terug te halen? Wat zouden beheerders dan aan maatregelen moeten treffen?
Twee uur lang bestookt Esselink me met feiten, argumenten, thesen en wensen. Ja! Alles valt te redden, in elk geval moet je daarin willen geloven. Als je maar uit wilt gaan van de betekenis van die eco-ketens. Hij wijst met een breed gebaar om zich heen, plukt een plak mos voor zijn eigen voeten weg, steekt een vinger in de lucht en zegt: “Hoor... graspieper!”
We staan in Kootwijkerzand, een nog altijd imposant landschap van landduinen, knoestige naaldbomen en grijsgroen mos-grastapijt. Een extreem warme dag in april. In het zuiden bouwt zich een loodgrijze muur boven de horizon op. We hebben al een enkele spet gevoeld.
Kootwijkerzand... waarom zijn we hier? Wat is de relatie met de heidebiotoop, met de heidevogels van de Rode Lijst?

Veel systemen ontberen dynamiek
Stuifgronden, daar gaat het hier en vandaag om. Ooit waren ze onlosmakelijk verbonden met heidevelden. En in de overgangsgebiedjes van hei naar zand vond je plantjes, insecten, reptielen, vogels en zoogdieren die we nu aan óf de heide óf de zandduinen toeschrijven. Omdat de overgangsgebiedjes er eigenlijk niet meer zijn. En heel wat plantjes en dieren trouwens ook niet meer.
Vandaag heeft Hans Esselink, vergezeld door twee collega’s, een gesprek, gevolgd door een terreinverkenning, met de beheerder van dit gebied: Staatsbosbeheer. Ze proberen, met hulp van nóg twee onafhankelijke onderzoekers, een plan op te stellen om de diversiteit – het ware leven – in de duinen van Kootwijk terug te brengen. Hier broedde, niet eens zo lang geleden, de laatste duinpieper. Hier was de klapekster helemaal thuis en hier vind je nu nog welgeteld twee paartjes grauwe klauwier.
De partijen zijn het helemaal met elkaar eens: als het lukt om het verstarde duin weer in beweging te krijgen, dan komt de dynamiek in het planten- en dierenleven ook weer terug. Hans Esselink beent zwaar door de groengrijze bekleding van de zuidhelling van een duin. “Exoot! Het grijs kronkelsteeltje is een Noord-Amerikaans mos dat hier welig is gaan tieren. Het creëert rond zijn voetjes zijn eigen biotoop. En daarmee bevriest het deze omgeving; het zand is stilgelegd, sindsdien blijven insecten, reptielen en vogels steeds meer weg.” Hoe dat kronkelsteeltje in Kootwijk is beland blijft een raadsel, maar er zijn meer van zulke geheimen.

Wat voor stuifzanden geldt, dat geldt net zo voor de heide en het hoogveen: de biodiversiteit is in een halve eeuw drastisch afgenomen. Esselink somt de respectieve redenen nog maar eens op: “Tussen de jaren vijftig en de jaren zeventig hebben we de zure regen gehad. In een terrein als dit hier, wat dus schrale grond is, zijn daardoor de bescheiden aanwezige mineralen uitgespoeld. Wat weg is komt de eerste honderd jaar niet terug: dit soort mineralen komt vrij door natuurlijke verwering. Maar zonder die mineralen doen bepaalde planten het niet meer. En zonder die planten hebben veel soorten insecten ineens niks te vreten. Zonder die insecten ontberen reptielen en vogels hun essentiële nutriënten. Ze blijven weg: sterven plaatselijk uit.”
Hij wijst een lange zandrichel van zo’n vijftien centimeter hoog aan. “Kijk, dat is typisch een rand die je door een duinpieper afgestruind zag worden. Zág, want de grote insecten die hij daar vond hebben we hier niet meer. Grote insecten zijn overal verdwenen waar na de zure regen – die nu wel een heel stuk minder is geworden – de vermesting heeft toegeslagen. Er blijven alleen kleine insecten over. Fataal voor bijvoorbeeld de klapekster. Dat beest heeft de gewoonte om met één prooi naar zijn jongen te vliegen. Je snapt het al wel: een prooi van tien gram kost heel wat minder vliegenergie en tijd dan tien prooien van één gram.”

Pleidooi voor kleinschalig ingrijpen
In de achterliggende decennia is stilaan het probleem van de snel verschralende biodiversiteit onderkend. Er zijn ook plannen bedacht, en in uitvoering gebracht, om de schadelijke milieueffecten terug te dringen. “Maar het kost tijd om resultaten te zien,” zegt Esselink. “Intussen balanceerden talloze soorten op de rand van de afgrond. Gelukkig was er een ambtenaar in Den Haag, Frits van Beusekom, die dat inzag. Hij kwam met een plan om de natuur in de tussentijd aan het infuus te leggen; plaatselijke of tijdelijke ingrepen waarmee een handvol planten en dieren het voorlopig kon uitzingen. Dat heet het Overlevingsplan Bos en Natuur, kortweg OBN.”
Het is weliswaar symptoombestrijding, maar de neveneffecten zijn groot. Esselink: “Na een poosje drong het besef door dat we meer kennis nodig hebben, zodat we met onze maatregelen niet meer stúk maken dan dat we repareren.” Het massaal afplaggen van heide bijvoorbeeld, leverde wel ‘oorspronkelijke’ schrale grond op, maar verwoestte ook veel klein leven. En het inlaten van vreemd water in opdrogende hoogveengebieden had vaak een averechts effect: door een ingewikkeld zelfversterkend proces ontstond ‘interne eutrofiëring’. Van de regen in de drup geraakt.
“Grootschalige maatregelen betekenen vaak het einde van soorten die nog als relict voorkomen, zoals de kleine heivlinder of de adder. We moeten daarom naar kleinschalig afplaggen en andere ingrepen. Maar tegelijk zouden we moeten nadenken over de vraag hoe we verloren soorten terug kunnen krijgen. Kijk, en daar zijn we nu volop mee bezig in de Stichting Bargerveen.”
Het Bargerveen, een hoogveengebied, is het oorspronkelijk studieterrein van een groep onderzoekers die inmiddels zijn doelstelling breder heeft gemaakt dan alleen de restauratie van het Bargerveen. Esselink, parttime directeur van de stichting: “Wij vormen een gezelschap van veertien wetenschappers, met een plek binnen de Universiteit Nijmegen, die voor alle landschapstypen de elementaire herstelmaatregelen willen uitvinden.”

Dieren bleven lang buiten beschouwing

Binnen het kader en de mogelijkheden van het OBN is al heel veel onderzocht. “Maar vooral aan planten,” stelt Esselink vast. In elk gezond milieu is het aantal diersoorten een veelvoud van het aantal plantensoorten. “Maar juist van die beestjes in onze ecosystemen weten we tot nu toe maar een fractie.” Daarom onderzoekt zijn team nu vooral welke dieren het gevoeligst reageren op veranderingen in hun biotoop. Tegelijk willen ze weten welke andere dieren op vergelijkbare wijze onder dezelfde belasting gebukt gaan. “Zo formuleren we ‘bedreigde groepen’ die we met een-en-hetzelfde pakket maatregelen kunnen helpen.” Gestapelde verbanden, ecoketens; daar gaat het weer om.
De hersteloperaties die de overheid faciliteert waren eerst en vooral op de normalisering van biochemische processen gericht: terugdringen van zure regen en meststoffen, herstellen van natuurlijke waterpeilen. Daarna ging de aandacht naar het repareren van de flora. Esselink: “Dat proces loopt nog steeds, maar inmiddels is OBN ‘opgeschaald’ naar ook de dieren. En we beginnen zelfs al na te denken over natuurherstel op landschapsniveau.”

In Denemarken, daar hebben ze nog duinen met een compleet en evenwichtig leven. Een blonde rij levende heuevels in het uiterste noorden, waar de vervuiling nog niet heeft kunnen toeslaan. Daar ziet het duinleven eruit zoals het er honderd jaar geleden bij ons heeft uitgezien. Het barst er van het leven, met onder meer een enorme populatie grauwe klauwieren. Hoe kan dat allemaal?
Ja, dat wilden Hans Esselink en zijn collega’s ook wel weten. Ze gingen ter plekke de voedselketen na, van boven naar beneden. Dit is hun verklaring: “De klauwier heeft ruim prooi in de vorm van de bladsprietkever. Die gedijt zo goed omdat het helmgras veel verse sprieten maakt, flink eiwitrijk. Het gras doet dat omdat het tegen de zandverstuivingen in groeit. Da’s de aard van het beestje. Onderaan de keten zijn dus die zandverstuivingen essentieel. Op die plek in Denemarken kúnnen duinen nog steeds verstuiven omdat het milieu niet door toxische neerslag verpest is en er daardoor ook niet – zoals hier wel – exotisch mos is geland dat de hele boel lam legt.”

Probleem zit doorgaans aan de basis
De Deense duinen zijn in dit verband een sprekend voorbeeld van de juiste aanpak bij ecologisch herstel. Esselink: “We moeten de intacte systemen onderzoeken om een referentiekader te hebben. Als we weten hoe de gezonde situatie werkt, en waaróm, dan weten we ook wat we moeten proberen te repareren aan onze kwijnende evenknieën. En je zult zien dat de grondoorzaak bijna altijd ‘onderin’ het systeem te vinden is. We zullen heel veel meer moeten doen aan nutriëntenherstel.”
Hij geeft twee voorbeelden. In het Bargerveen komen de jongen van de zwarte stern niet groot. Het water is er door milieuvervuiling te zuur en daarom komen er geen kalkhoudende insecten meer voor. De jongen van de zwarte stern krijgen nog wel te vreten, maar moeten kalk ontberen. Hun skelet bestaat uit kraakbeen in plaats van botten. Na 21 dagen, nog in het nest, zakken ze in elkaar en leggen ze het loodje.
In sommige heide- en moerasgebieden zijn grazers ingezet om overwoekering door loofhout de kop in te drukken. Dat werkt vaak goed, maar de ingezette beesten worden behandeld als vee en niet als wild. Het vee krijgt antibiotica tegen onder meer darmwormen. Die antibiotica zitten in de mest en de mest wordt gegeten door bacteriën en kevers. Exit kleine beestjes. Zonder kleine beestjes geen grotere beestjes. En geen vogels en reptielen.

Het valt niet mee om de gevestigde orde te overtuigen van de ‘Bargerveen-aanpak’, geeft Esselink toe. Maar langs de weg van het ontleden van intacte systemen moet tenslotte het recept voor elk ontwricht systeem te ontwikkelen zijn. “Daar heb je dan wel gemotiveerde én goed opgeleide mensen voor nodig.”
Terug bij de auto vist hij een verkreukeld visitekaartje uit zijn portemonnee. Ik kan hem mailen voor nadere vragen. Maar hij waarschuwt dat hij de komende tijd van hot naar her reist en misschien helemaal geen mail ziet. Dus ook dit verslag niet. Hij hoopt dat ik zal schrijven dat ze bij Bargerveen Foundation, Animal Ecology van de Universiteit Nijmegen, de ware herstelecologen opleiden. Oók op HBO- en MBO-niveau. Niks beloofd, hierbij toch gedaan. Met de aantekening: het begrip ‘herstelecoloog’ is een on-woord, het moet natuurlijk ‘eco-hersteller’ zijn.

(Bron:Vogelnieuws)


zoek
info
contact
rss


Overige webBladen
Nieuw: webBlad over Zwangerschap, met..
>Sterfte baby's rond geboorte
>Zwangere ondernemer moet uitkering krijgen
>Helft pilgebruikers opgelucht bij menstruatie

© 2017 webBlad.info   Free counter and web stats